Zinkbuisboom

Dit is het verhaal van een dappere boom. Men neme een kaal Hollands polderlandschap, voorzien van rechte sloten en akkerland. Zet verderop alvast wat oprukkende nieuwbouw. Laat voor de waterleiding een zinkbuis door de bodem van de sloot lopen en zet een holle paal op de kant, waaraan het karakteristieke gele Z-bord wordt bevestigd (tweemaal zelfs, je moet het van beide kanten goed kunnen zien). Maar dan, van alle mogelijke plekken, kiest een boompje juist die holle buis uit om doorheen te groeien. Verder staan er geen bomen langs het water, omdat de kant regelmatig wordt gemaaid. De holle ijzeren paal biedt het boompje weliswaar bescherming tegen de maaimachines, maar veel groter zal het er niet in kunnen worden. Zodra de buis volledig is gevuld zal de groei stoppen. Het is dus zowel zijn redding als uiteindelijk zijn einde. De enige mogelijkheid hoe het boompje zich daar heeft kunnen vestigen is dat het zaadje al precies op die plek in de grond zat waar de paal werd geslagen, of dat het zaadje in de holle buis terecht is gekomen. In beide gevallen een mirakel, want zie maar eens door een donkere anderhalve meter buis te groeien. En toch is dat gelukt, waardoor er nu een boompje langs de kant staat dat geen planoloog had kunnen voorzien. Een zinkbuisboom.

Update april 2021: de boom is verwijderd. Paste niet binnen de bestaande beleidskaders.

Anders

Midden in de polders van Flevoland, tusssen Almere en Zeewolde, ontstaat Oosterwold. Daar pakken ze het anders aan, volgens de website maakoosterwold.nl: “Hier wordt de gebiedsinrichting geheel aan het eigen initiatief overgelaten. Dat betekent dat iedereen op elke plek een kavel mag uitzoeken. Je vindt hier de ultieme vorm van doe-het-zelf-gebiedsontwikkeling.”

Stadslandbouw?

Dat klinkt mooi. Van elke kavel zou 50% uit (stads)landbouw moeten bestaan. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? De meeste mensen lijken vooral een goedkope kavel te willen waar ze een groot huis op kunnen zetten, zonder aan al te veel regels te zijn gebonden. Het verhaal van de stadslandbouw is in veel gevallen een wassen neus. Er worden (soms letterlijk) een paar fruitbomen in de tuin gezet en dat is het dan wel. Een enkel moestuintje hier en daar, maar toch vooral veel gras.

Zelf bouwen

De gebiedontwikkeling is rommeliger doordat iedereen hier zelf mag bouwen op z’n eigen kavel, maar er zijn overduidelijk ook projectontwikkelaars actief, waarvan gezegd wordt dat die worden geweerd. Er hangen zelfs spandoeken waarop huizen kant-en-klaar worden aangeboden. Kijk maar naar de huizen op de foto. Het is een blok dat in elke willekeurige nieuwbouwwijk had kunnen staan. Het doet aan de film ‘De Noorderlingen’ denken, zo midden in het niets.
Op andere terreinen kun je interessante zelfontwikkelde woningen tegenkomen naast de lelijkste schepsels uit een catalogus, wat een direct gevolg is van de gekozen ontwikkelstrategie.

Organisch

Die zogenoemde ‘organische ontwikkeling’ leidt tot een gebied dat als los zand in elkaar zit. Er is geen kern te ontdekken en omdat de bestaande verkaveling is gehandhaafd, inclusief de rechte polderwegen, is het een onsamenhangende lappendeken. Met hier en daar weliswaar fijne plekken, maar dat is eerder ondanks dan dankzij. En een leuk café daar in de polder, of een mooi pleintje? Vergeet het maar.

Villa, met gazonnetje en trampoline
Villa, met gazonnetje en trampoline. Zien we ergens stadslandbouw?