Betonvraat op ramkoers

Vroeger werden als plaatsaanduiders voor zaken als kabels en leidingen enige tijd betonnen paaltjes gebruikt (met aan de waterkant voorzien van een K (kabel) of Z (zinkbuis), voor de scheepvaart). De Balk schreef al eerder over het fenomeen. In dit geval ligt onder de dijk van het Vest bij de Omgelegde Burgwal kennelijk een kruising van twee elektriciteitskabels van de vroegere P.E.N., tegenwoordig opererend onder de naam Liander. Het woord kruising en een pijl naar beneden werden op het paaltje geaccentueerd met rode verf.

Betonnen aanduidingspalen met Z (zinkbuis) en onleesbaar
Betonnen aanduidingspalen met Z (zinkbuis) en onleesbaar

Deze paaltjes zijn waarschijnlijk al lang niet meer noodzakelijk (dit soort zaken zal inmiddels in een bestand met GPS-coördinaten staan), maar weggehaald worden ze ook niet. Dit paaltje lijkt te zijn afgekloven door een wild beest, maar dat is in dit geval een motormaaier die eens in de zoveel tijd tegen het paaltje aanrijdt. Langzaam werd het daardoor in een toren van Pisa-stand geduwd. De gemeente laat hier maaien met een robot maaimachine, de zogeheten ‘Robocutter’. Er loopt iemand naast met een afstandsbediening, maar de besturing gaat nog weleens mis. Bovendien is de begroeiing in het voorjaar zo hoog dat het paaltje geheel aan het zicht wordt onttrokken.

Robocutter maaimachine
Robocutter maaimachine

Toegang

Wandelroutes in Engeland kennen vele soorten van klaphekken en toegangspoortjes, van de zogenoemde ‘stiles’ waarmee je over een hek kan klimmen, tot ‘kissing gates’, die door hun constructie mensen doorlaten, maar vee niet. Het voordeel van dit soort doorgangen is dat ze geen verdere vergrendeling nodig hebben. Het hek is altijd zowel open als dicht. Met een rugzak op kan het soms wat lastig manoeuvreren zijn (met name als er sprake is van overgroeiende bramenstruiken) .

In 2013 werd en route in het gebied ‘Arnside & Silverdale’ gestuit op deze constructie, met drie paaltjes. Dit type was weliswaar al eerder gezien, maar dit was de eerste waarbij de bagage óver de paaltjes moest worden getild, aangezien er aan beide kanten muren stonden. De afstand tussen de paaltjes was ook dermate klein dat zelfs een slank persoon er met moeite doorheen pastte. Het vormde daarmee een soort toegangsfilter.

Notatie

Eerder schreef De Balk over de nummering van de elektriciteitspalen van de NS. De notatie duidt een bepaald baanvak aan (bovenste getal) en een paalnummer (onderste getal). Die wordt op verschillende manieren aangebracht. Zoals hier te zien lijkt het blauwe bordje verdacht veel op de aanwijsplaten voor waterleidingen. Dat lijkt geen goede zaak. Gezien het feit dat het logo van de fabrikant (rechtsboven) op z’n kop zit, gebruikt ProRail de bordjes ook niet zoals bedoeld. Het nummer van de paal er tegenover staat op een andere plaats en is met een sjabloon geschilderd (de bliksemschicht is bijna verdwenen):

Paal 6/18

Met krijt is het nummer iets lager nogmaals aangebracht en aan de voet lijkt 19/6 + te zijn gekrabbeld, maar als je goed kijkt is er daarna geprobeerd van de 9 een 8 te maken… Bovenaan is bovendien nog vaag 27 te zien, voor de duidelijkheid.