Snelheidsmeter verkooptruc?

Zo’n vijftig jaar geleden werd regelmatig door de zijraampjes van auto’s gekeken naar de snelheidsmeter achter het stuur, om te zien ‘hoe hard-ie kon’. Daarbij werd ervan uitgegaan dat het hoogst vermelde getal ook daadwerkelijk de topsnelheid van het betreffende model was.

Het leek erop dat de autofabrikanten altijd een ruim hogere snelheid op de teller aangaven dan in werkelijkheid kon worden behaald. Met enige regelmaat werd 220 tot zelfs wel 240 als maximum aangetroffen. Het is niet bekend of dit een marketingtruc was (en wellicht een veronderstelde naïviteit bij kopers) of voortkwam uit het feit dat bij gemiddelde snelheden de wijzer altijd ergens in het midden zou komen te staan. Of zou er rekening zijn gehouden met snelheden die mogelijk in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bergafwaarts) gehaald zouden kunnen worden?

Op bovenstaande foto staat een VDO kilometerteller in de koplamp van een in de omgeving aangetroffen Zündapp brommer die als maximumsnelheid 80 aangeeft, wat de brommer standaard niet haalt. Zou hier iets vergelijkbaars aan de hand zijn als met de vroegere auto’s?

De Balk had nog een kilometerteller van het Nederlandse merk IKU uit 1980 liggen, maar dan voor de fiets (maximumsnelheid: 60). Het ding werkt met een wieltje dat op de band meedraait (niet de meest betrouwbare methode). De teller lag al decennia ongebruikt in de kast: de voorvorken van tegenwoordig zijn te dik voor het bevestigingsmateriaal van toen. Maar er is weinig wat niet met een paar tie-wraps alsnog kan worden bevestigd. En ziedaar.

Iku meter
IKU kilometerteller – made in holland, 40 jaar oud

Wat aan deze teller opvalt zijn de markeringsstreepjes tussen 5 en 15 en dan nog twee voor 23 en 24. Welk idee zou daaraan ten grondslag liggen?

NAP

Vroeger zag je deze waterpeilmeters op meer plaatsen, de karakteristieke blauwe bordjes op een paal in het water. Alleen de schaalverdeling is altijd aangepast aan de locatie, met een stand ten opzichte van het Nieuw Amsterdams Peil, NAP. Op de plek van de foto, een plantsoen in Overveen, is de waterstand (na een natte periode) 70 cm onder NAP. Opmerkelijk, omdat we ons hier aan de voet van de duinen bevinden. Het lijkt er niet op dat de mensen van het hoogheemraadschap regelmatig langs de meters gaan om de waterstand te noteren (het zou kunnen). Toch zijn de peilmeters een onmisbaar onderdeel van ons stadsmeubilair, omdat je op die manier meekrijgt dat je je op veel plaatsen onder zeeniveau bevindt. Aan zo’n eenvoudige meter kan ook niet veel kapot.

Lees ook: In Almere ben je meters onder NAP

Scheur

Gebouwen verzakken (lees bijvoorbeeld de eerdere blog ‘Scheef’). Vooral bij oudere gebouwen kan dat tot imponerende scheuren leiden, waarvan je wilt weten of die groter worden of niet. Daarvoor heb je, jawel, de Scheurmeter.

Deze scheurmeter is gefotografeerd in het Amsterdamse Waaggebouw. Het heeft iets weg van de (Aristo) rekenlineaal die je vroeger op school voor wiskunde moest aanschaffen (dat was, in tegenstelling tot de scheurmeter, best een duur ding). De indicator bestaat uit twee delen die over de scheur heen worden gelijmd of geschroefd. En die meet vervolgens tot op een tiende millimeter nauwkeurig of een scheur inderdaad groeit.