Landbouwvehikel omgebouwd tot botenlift

Wat hebben we hier? Een tractor zonder voorwielen, gevangen in een metalen constructie omhangen met een tros stootkussens: het gaat hier om de onderkant van de botenlift die in gebruik is op het terrein van de Compagnieshaven. De lift is speciaal voor dit doel zo samengesteld, er zijn er vijf van gebouwd die in Nederland actief zijn (geweest). De botenlift heeft zijn eigen voorwielen en aan de achterzijde een contragewicht. Met de lift worden de zeilboten uit de haven op de kant getild en (in het voorjaar) weer teruggezet. De lift is te koop en wordt vervangen door een moderner vehikel. Met de voorwielen opnieuw gemonteerd kan de tractor zo het land weer op, veel kilometers staan er immers niet op de teller. De lezer wil nu natuurlijk wel eens zien hoe die botenlift er in zijn geheel uitziet. Welnu, daar kan De Balk in voorzien.

Botenlift aan de Compagnieshaven
Botenlift aan de Compagnieshaven

Traploos buitengaats

In de muur langs de Wierdijk zit een stalen trap. Althans, aan de stadskant zitten twee treden die zo te zien ook nog wel eens gebruikt worden, misschien door kinderen die even over de rand willen kijken. Aan de bovenkant zijn de stenen meer beschadigd dan elders. Net over de rand zit aan de buitenkant nog één trede, maar daar blijft het dan ook bij, daaronder is de muur kaal. Het zou kunnen dat er vroeger wel treden aan deze kant van de muur hebben gezeten, maar daar lijkt het niet op. Dat roept de vraag op waar deze trap voor bedoeld was, in ieder geval niet om van buitenaf de muur te kunnen beklimmen. Maar in de tijd dat hier nog sprake was van een zee met getijden zullen de treden mogelijk gebruikt zijn om vanuit de stad over de muur aan boord of op een steiger te klimmen.

Buitenzijde van de muur aan de Wierdijk
Buitenzijde van de muur aan de Wierdijk

IJsscholvers

Ieder jaar rond deze tijd komen de aalscholvers naar de stad om er de havens leeg te vissen en ieder jaar worden het er meer. Tegen het eind van maart vertrekken ze weer. Dit jaar is er echter een obstakel in de vorm van ijs, waardoor de aalscholvers nu noodgedwongen op het ijs de dooi moeten afwachten. Dat doen ze zo rustig mogelijk, om zo min mogelijk energie te verspillen. Ze verroeren zich nauwelijks. Hun moment komt wel weer. Rondom de aalscholvers zaten overigens nog zo’n twintig reigers langs de kanten, kennelijk in de veronderstelling dat waar aalscholvers zijn vis moet zitten.