Trotterbord ankerpin

De gemeente Amsterdam plaatste deze zomer bij de hoofdingangen van het Vondelpark XL-formaat posterborden, van hetzelfde type dat ook bij de verkiezingen gebruikt wordt, de zogeheten Trotters. Die staan buiten de verkiezingen toch maar stof te vergaren.

Op de borden werden bezoekers welkom geheten en gevraagd hun afval in de bakken te deponeren. Het zwerfafval is al vele jaren een groot probleem in het park, vooral op mooie dagen wanneer het druk is. Dan kleuren de grasvelden nauwelijks nog groen. Het bord stond zo hoog op een zuil dat het onbereikbaar was voor vandalen en graffitispuiters en was dermate groot dat de boodschap moeilijk te missen viel. Eigenlijk maakt alles wat afval betreft het park er niet mooier op, of het nu gaat om de borden, de bakken of het afval zelf.

Zo’n Trotterbord wordt aan de zuil verankerd met een zware pin, waaraan een relatief klein hangslotje is bevestigd. Of is dat om te voorkomen dat iemand er met het label ‘sustainable’ vandoor zou gaan? Maar wat is hier eigenlijk duurzaam, het materiaal van de zuil, pvc? Het idee achter de zuil? De boodschap van de poster? Het hangslot?

Bordje valt door de mand

Het is niet zo een, twee, drie duidelijk wat de motivatie was om deze mand met tekstbordje (in de vorm van een soort schilderspalet) te plaatsen. Wat en waar er precies ingezaaid zou moeten zijn valt moeilijk te constateren. In de mand ligt oud papier, dus daar zal het niet om te doen zijn.

De boodschap staat er al enige tijd en er verschijnt van alles in de omringende grond, overigens nauwelijks gras. Het is goed denkbaar dat de boodschapper een reden zocht om zo vriendelijk mogelijk hondeneigenaren te bewegen hun hond niet uit te laten op dit stukje grond. ‘Pas ingezaaid’ klinkt wel goed en werkt misschien beter dan het directe ‘Geen hondentoilet!’ of iets van dergelijke strekking. Als er wel degelijk het een of ander is ingezaaid, zijn honden dan niet welkom vanwege het graven, rollen, vertrappen of bemesten? De schrijver van de boodschap houdt er trouwens een interessante ‘E’ op na, bijkans een omgedraaide 3.

Ha, balken!

In het Julianapark in Hoorn staat in een hoekje bij de ingang een beeld van André Volten, volgens het bordje getiteld H-Balken (2001). Hé, dat deed meteen denken aan een beeld dat vroeger regelmatig werd tegengekomen in het Sloterpark in Amsterdam, maar dan in een verkleinde versie. Dus maar weer eens langs dat beeld van aan elkaar gelaste balken in Amsterdam Nieuw-West gefietst, en inderdaad, ze zijn wat vorm betreft identiek. Links het origineel in het Sloterpark, rechts de kopie in Hoorn (die is ongeveer de helft in grootte).

I-balken Sloterpark AmsterdamH-balken door André Volten, Julianapark, Hoorn

De staalplastiek in Amsterdam maakte Volten in 1968 en is getiteld I-Balken (DIN30). Hij was oorspronkelijk lasser bij de NDSM in Amsterdam Noord en zijn vroege werk in de jaren zestig bestond vaak uit ijzeren balken met een I, H of T-vormig profiel. De Balk ziet toch eerder een H dan een I aan het eind van deze balken. Het lijkt erop dat er kort voor het overlijden van Volten (in 2002) een kleinere versie van is gemaakt voor het park in Hoorn. In Amsterdam wilde de gemeente het ooit op een marmeren sokkel plaatsen, maar dat vond Volten maar geldverspilling.

Het werk van Volten staat op 21 plekken in Amsterdam (het wordt tijd voor een route). Ook wie nog nooit van hem heeft gehoord zal wel eens een beeld van hem zijn tegengekomen, zoals de ring voor het stadhuis, de knoop aan het IJ in Noord of het monument voor Antony Winkler Prins (van de encyclopedie) op het Frederik Hendrikplein. Die laatste wordt ook ‘de knakenpaal’ genoemd, omdat het kunstwerk op een stapeling munten lijkt. (De knaak was vroeger een bijnaam van de rijksdaalder, het twee-en-een-half guldenstuk).