Bij voorbaat alvast hartelijk bedankt

NRC Handelsblad achterpagina 11-11-1975

Het is na bijna 45 jaar tijd om iets recht te zetten. In 1976, ik zat toen in de vijfde klas middelbare school, was het meer regel dan uitzondering dat ik mijn huiswerk op het allerlaatste moment deed, soms zelfs op de fiets naar school, boek met woordjes op het stuur. Maar bij een opdracht voor het schrijven van een opstel lukt zoiets natuurlijk niet.

Daarom schreef ik de avond voordat het moest worden ingeleverd een column van C. Buddingh’ (1918-1985) uit NRC Handelsblad van 11 november 1975 over. Ik praatte dit voor mijzelf goed met de gedachte dat ik dit deed om mijn leraar te testen en dat ik nieuwsgierig was wat hij van de tekst vond. Dat ik NRC Handelsblad las kwam omdat mijn vader me een abonnement cadeau had gedaan, een genereus gebaar gezien de abonnementsprijs. Artikelen die ik interessant of leuk vond knipte ik uit en bewaarde ik.

Kwaad tot erger

De uitkomst was geheel anders dan ik had voorzien. Je kunt stellen dat ik mijn gerechtigde straf niet heb ontlopen. Bij het uitdelen van de cijfers bleek dat ik (Buddingh’) een 10 had gekregen. Maar daar bleef het niet bij, de leraar las het stuk voor in de klas en in alle andere klassen waaraan hij les gaf, als voorbeeld hoe je een goed opstel schrijft. En plaatste het in de schoolkrant, onder mijn naam. Al die tijd vroeg ik me bevreesd af wanneer mijn schandelijke plagiaat zou worden ontdekt, maar dat gebeurde niet. Gek genoeg nam ik het ook op in De Balk, maar ja, daar stond wel meer gestolen materiaal in. Gelukkig was de oplage van De Balk klein (het was onmogelijk je te abonneren, ik bepaalde wie het krantje kreeg toegestuurd).

Daarom hier ter postume rectificatie de bewuste column, nu met de juiste auteursvermelding. Ik heb het opgezocht in het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek. En nu pas valt me op dat het artikel ernaast is geschreven door… J. Th. Balk.

Over C. Buddingh’

Buddingh’ maakte zelf altijd onderscheid tussen de persoonsnaam Cornelis (Kees) Buddingh’ en de auteursnaam C. Buddingh’. Zijn roepnaam was Kees, geschreven met een K. Over de verwarring rondom diens naam schreef Buddingh’:

“Een heleboel mensen kunnen, vreemd genoeg, niet tegen initialen in schrijversnamen. Dat je als C. Buddingh’ publiceert nemen ze – bewust of onbewust – ergens niet: die ‘C’ moet en zal een naam worden. En zo prijk je – zonder dat je het zelf wilt – op de meest uiteenlopende plaatsen als ‘Cees’, een voornaam die ik zelf wel als laatste zou uitkiezen.”

Toch is Buddingh’ ook zelf niet altijd consequent met zijn benaming omgegaan: hij moet drukproeven met de naam Cees hebben geaccordeerd. Opmerkelijk genoeg prijkt zelfs op de grafsteen van Buddingh’ de naam ‘Cees’. (bron: Wikipedia).


Bij voorbaat alvast hartelijk bedankt

door C. Buddingh’

Sinds vele jaren ken ik iemand – u zult aanstonds begrijpen waarom ik zijn naam en zelfs zijn woonplaats hier niet vermeld – die ik altijd zo’n beetje beschouwd had als het prototype van wat men eenmaal een normaal mens placht te noemen. Vijf dagen van de week ging hij naar zijn werk, dat hij nu eens monter en energiek, dan met de nodige wrevel of tegenzin verrichtte, in zijn vrije tijd las hij nogal wat, keek een beetje naar de tv, ging af en toe naar een toneelstuk of concert, koutte met zijn vrouw en zijn drie dochters en ieder jaar trok hij een maandje met hen naar Italië, waar hij soms in de zon lag en soms een museum of kerk bezocht. Als je hem vroeg hoe het ermee ging, zei hij altijd: ‘Prima,’ en meestal meende hij dat ook uit de grond van zijn hart. Maar plotseling, zo’n maand of drie geleden, is er iets in hem geknapt en nu denkt hij dat hij de laatste met de handgemaakte bolknak is.

‘Afschuwelijk!’ hoor ik u al uitroepen en ‘Maar daar moet toch iets aan gedaan kunnen worden!’ Jaja, wacht eens even, als het zo eenvoudig was. Maar zo eenvoudig is het al lang niet meer. Om te beginnen bent u er al helemaal naast met uw archaïsche kreten. Waarom afschuwelijk? Waarom zou daar iets aan gedáán moeten worden? Hier hebben we een man – goed: úw zin, hádden we een man – die dacht als iedereen, voelde als iedereen, deed als iedereen, leefde als iedereen. Niet helemaal natuurlijk, maar toch zo ongeveer. Kunt u zich een beklagenswaardiger stumper voorstellen?
En als zo’n deplorabele stakker dan het geluk – ik had bijna gezegd de genade – ten deel valt om te gaan denken dat hij niet zomaar een sigaar is, maar een bolknak, wat zoals u weet een van de geliefdste modellen is, en dan bovendien niet alleen een met de hand gemaakte, maar zelfs de láátste met de hand gemaakte. dan moet het toch zelfs voor u, verkalkt als uw hersenen overigens mogen wezen, duidelijk zijn dat dit hem in staat heeft gesteld om zijn kneuterige sleurbestaan achter zich te laten en een geheel eigen, waarlijk existentieel-creatieve wereld te creëren, waarin het dan misschien wel niet allemaal rozegeur en maneschijn is: zo kan hij bijvoorbeeld nog maar niet loskomen van de panische angst dat iemand hem zal aansteken en oproken, maar waarin hij in elk geval voortdurend over hoogten en door dalen gaat die u en ik alleen zo af en toe in droomtoestand mogen aanschouwen en ervaren. Daarbij komt: ook al lijdt iemand aan wat men in onverlichte tijden nog wel eens waanideeën placht te noemen, hij blijft vanzelfsprekend een vrij staatsburger die zelf wel uit zal maken wat er met hem gebeurt. En als je dus niet eist dat er wat gebeurt, alleen maar smeekt dat ze geen lucifer in je buurt afstrijken, gebeurt er ook niks.

Wat zegt u: zit zijn vrouw er intussen maar mee? Ja lieve mensen, dan moet je maar niet trouwen. Dat ‘zit’ is trouwens ook niet meer juist, want een paar weken geleden is ze er in geslaagd – en diverse van haar vrienden en kennissen hebben daarom ook resoluut met haar gebroken – om hem althans voor een kort poosje ondergebracht te krijgen in een, nee, geen inrichting, wat hoor ik nu toch! maar in een ‘pension voor uniek denkenden’. God logeert er ook, heb ik me laten vertellen, zelfs in vijf verschillende variëteiten, en de Koningin en prins Hendrik en Karel de Stoute en de tweelingbroer van Winston Churchill. Indien het tot hem doordrong zou hij in elk geval niet kunnen zeggen dat hij in slecht gezelschap is. Maar als u mij nu vraagt: doen ze ook nog wat aan hem? dan moet ik zeggen: ‘Nee.’ Ze lezen hem wel eens voor, geloof ik. En een keer in de week komt er een popgroep. En ze hebben hem gevraagd een dagboek bij te houden en dat ook zelf te illustreren. Dat kan natuurlijk een ongelooflijk interessant boek worden: ‘Het leven gezien door de ogen van een met de hand gemaakte bolknak.’ Ik heb gehoord dat er al meerdere uitgeverijen in zijn geïnteresseerd.

Maar ja: ik ben toch ook wel gaan denken: als mij zoiets mocht overkomen, als ik nog eens mocht gaan menen dat ik, zeg, een schemerlamp was, laten ze dan alsjeblieft maar gewoon zeggen: ‘Kees Budding? Die is knettergek geworden.’ En wat ik er ook uit brabbel, laten ze me oppakken en wegbergen en ook vasthouden – niet elke middag naar de stad om een nieuwe fitting of verlengsnoer voor mezelf te kopen – en volstoppen of spuiten met alles wat maar aan het giftige brein van gewetenloze chemici is ontsproten, net zo lang tot ik niet denk dat mijn als ik niet thuis ben in het donker moet zitten. Ik hoop dat het nooit zover zal komen, maar mocht het zo zijn: iedereen bij voorbaat alvast hartelijk bedankt!